MENSEN NAIEF EN IN BEELDEN GEVANGEN
Het centrale thema bij Alexandra Drenth is de mens. In het bijzonder de vrouw. Volgens haar gedraagt de mens zich anders als individu dan wanneer hij zich achter een groep verschuilen kan. De groepsdruk is groot en maakt het individu ondergeschikt. Vanuit een groep voelt hij zich voldoende veilig om stelling te durven nemen. Dit betekent vooral uit veiligheidsoverwegingen geen afwijkende stellingname aan te meten. Als individu is hij terughoudend, omdat hij kwetsbaar is. Het proces van het groepsgebeuren stelt zij met haar olieverfschilderijen aan de orde.

Jeugd bepalend
Haar bijzondere aandacht voor de psyché van de mens is niet zo vreemd. Zij werd al vroeg geconfronteerd met een milieu waarin onderliggende en onuitgesproken emoties centraal stonden. Het is niet zo verwonderlijk, dat dat ook het geval is met de voorstellingen in haar schilderijen. Iedereen voelt wat er gaande is en welke betekenis er vooral emotioneel aan gehecht moet worden. Zwijgen blijft voor alles het parool. Symbolen moeten in de voorstellingen hun werk doen. Vooral de onuitgesproken emoties bepalen de sfeer en daardoor vallen haar mensen op door hun terughoudendheid en door hun stugge uitstraling. Er ontstaat een verstillende en beklemmende sfeer.

Kleren als dekmantel
De kleren werken als harnassen, als bordkartonnen lagen en beklemtonen de terugtrekkende beweging van haar hoofdpersonen. Het introverte karakter van de geportretteerden valt op. In haar werk zijn haar mensen weinig gedetailleerd, zonder opsmuk en vooral passief neergezet. Zij zijn veelal in groepsverband weergegeven zonder echt een warm groepsgevoel op te roepen. Ze vertonen gelijkenissen met oude foto’s. Daarbij kan gedacht worden aan foto’s waarop mensen hun plek toegewezen hebben gekregen en op de camera gericht zijn, zonder daarbij de aanwezigheid van de anderen te beseffen. Vooral statisch en volledig in de plooi handelend lijken ze volkomen in zichzelf gekeerd. Iedereen staat mooi in het gelid, een aaneenschakeling van individuen, die alleen iets met elkaar gemeen hebben door hun uiterlijke verschijningsvorm, het strak en stijf in het pak zijn, het inhoudsloos voor zich uit staren en ze worden gevangen in een zwijgende momentopname.

Wonderlijke samenhang
Vaak komen ze in een wonderlijke samenhang in één en dezelfde voorstelling voor. Juist hun samenstelling roept vraagtekens op. Er komen de wonderlijkste combinaties in haar werk voor, waardoor werkelijkheid en fantasie zich met elkaar vermengen. Deze opzet werkt vervreemdend en roept daardoor bij de kijker vooral vragen op. In welke wereld ben ik terecht gekomen? De werkelijkheden en onwerkelijkheden kunnen alleen in de voorstellingen van Drenth samen gaan. Er is sprake van duidelijk uiterlijk herkenbare personages, dus wat ze doen en toch…? Menselijke vreemdsoortige trekken worden blootgelegd, zonder dat er werkelijk de afgebeelde persoon tot een concreet iemand te herleiden is. Haar personen functioneren vooral als symbolen, die voor groepen mensen staan. Het gaat meer om de werkelijkheid achter de werkelijkheid.

Vlaamse primitieven
Drenth laat zich inspireren door de Vlaamse primitieven, bij wie ook de statische houding en de eenvoudige stofuitdrukking opvallende kenmerken zijn. Drenth gaat in haar werk nog verder doordat de herkenbaarheid van het individu volledig buiten beschouwing blijft. Het is niet zo zeer van belang wie de geportretteerde voorstelt, maar vooral wat voor gevoel wordt er opgeroepen. Aan de orde komt de vraag van hoe de emotionele verhoudingen liggen. Hoe worden die beleefd. De afgebeelden zijn sec weergegeven. Het zijn sterk gestileerde figuren. Vaak is er sprake van een herhaling van de voor haar kenmerkende beelden. Zo kent bij haar ieder portret de voor haar zo opvallende lange maar ook smalle neus en dezelfde oogopslag en de niet nader te duiden gezichtsuitdrukking. Dit maakt het werk voor haar zo kenmerkend. Ook geldt dit voor haar consequente hantering van haar beeldmerk. Bijna clichématig lijken ze in hun handelingen gevangen te zijn. Als statische aangeklede poppen lijken ze te opereren. Hun werkzaamheden worden teruggebracht in een momentopname.

Uniformiteit
De kleding doet antiek aan en werken als uniformen. Voor de kleding grijpt zij vooral terug naar het verleden. Juist toen was er weinig onderscheid in kleding. Er was vooral sprake van uniformiteit. Juist dit element spreekt haar aan, het zich ook in kleding kunnen verschuilen achter de massa. Niets persoonlijks want dat kan gevaarlijk worden. Ook het decor waarin haar mensen geplaatst worden voelt leegt. De leegte wordt naast uniformiteit verhoogd door de scherpe licht en donker verschillen. Schakeringen komen zowel in haar kleurtegenstellingen als door de zwaarte in kleursterkte niet voor. Waarschijnlijk is de eenzaamheid wel het meest aangrijpende element in haar werk. Ze geeft de voorkeur aan een naïeve voorstelling. Deze stijl is eveneens kenmerkend voor haar werk.

Harrie Schenning, Galerie bij de Boeken 2011