Ten toon stellen

Of het nu om een muziekstuk gaat, een toneelstuk of een schilderij, het werk is bedoeld om aan mensen te tonen. Een uitvoering dus, of een tentoonstelling. Tegenwoordig is het aanbod van kunstwerken enorm groot en alleen met erkenning van het werk, naamsbekendheid en heel veel geluk zal de kunstenaar er in slagen zijn werk naar buiten te brengen. En dat is al een ambacht op zichzelf. Want om het werk te laten zien of horen moet de kunstenaar de juiste mensen om zich heen verzamelen, die de locatie en publiciteit regelen. Deze ‘manager’ regelt alle zaakjes waar de kunstenaar, omdat hij nu eenmaal kunstenaar is, geen verstand van heeft.

Als voorbeeld een schilderijenexpositie. Er moeten worden nagedacht over de doelgroep die je het werk wilt laten zien. Is een galerie geïnteresseerd of een museum wellicht? Het lobbyen wordt in gang gezet. Vaak willen overheidsinstanties, ziekenhuizen en banken wel graag schilderijen exposeren. Maar is dat wel de doelgroep? De keuze van de expositieplek is mede bepalend voor de verkoop van werk. Als de ruimte minder geschikt lijkt voor het werk maar de instanties dringen wel bij de kunstenaar aan, dan is een goede afspraak met de kunstenaar over het aankoopbeleid en de verzekering van de schilderijen opportuun. Ook afspraken op de wijze waarop en de plaats waar de schilderijen worden opgehangen de openingstijden doen er toe. Bij het uitvoeren van muziekstukken en toneelspel gelden uiteraard weer andere regels en eisen, zoals onder andere de kwaliteit van de uitvoerenden, de repetities en de kaartverkoop.

Dat kunst zin heeft staat buiten kijf gezien de toenemende belangstelling voor concerten, toneel en beeldende kunst in de overvolle musea. Gelukkig maar dat zoveel kunstenaars bereid zijn de creatieve impulsen uit hun innerlijk leven met anderen te delen. De maatschappij heeft het nodig, we kunnen niet zonder. Kunst moet!

Groningen Kunststad

Wie in de buurt van de stad Groningen is en van kunst houdt kan zijn hart ophalen. Neem bijvoorbeeld het Groninger Museum. Dit jaar toont het museum een groot deel van haar uitgebreide collectie moderne en hedendaagse kunst.

Even terzijde: moderne en hedendaagse kunst is niet hetzelfde. Onder moderne kunst vallen de  nieuwe stromingen, zoals het kubisme, het futurisme, het dadaïsme enz. die destijds als zeer vernieuwend werden beschouwd, maar eveneens werden verguisd door de kunstcritici. Onder hedendaagse kunst verstaan we de stromingen en nieuwe uitingen van kunst van deze tijd.

Enfin, Groningen dus. Er is veel kunst. Je kunt er niet omheen. Op straten en pleinen staan in de stad ruim 400 beelden en andere kunstuitingen. Zo zie je bij het Centraal station het Peerd van Ome Loeks, een beroemd beeld gemaakt door Jan de Baat. Ook word je verrast door een heel bijzonder urinoir ontworpen door Rem Koolhaas.

Talrijke galeries met kunst van bekende kunstenaars, zoals Henk Helmantel, en minder bekende kunstenaars vind je in het centrum van Groningen. Ook het Stripmuseum mag je niet overslaan. Voor beginnende kunstenaars is het aanbod van schilderscursussen en workshops overweldigend.

Groningen kent naast veel beeldende kunst ook vele theaters, waar men kan genieten van muziek-, toneel- en dansvoorstellingen.Kortom, houd je van kunst? Ga naar Groningen en laat je inspiratie de vrije loop.

Het nut van kunst

Heeft kunst zin? Wat willen we  met kunst? Kunnen we zonder kunst?

Aristoteles IIVolgens de Griekse wijsgeer Aristoteles is het doel van kunst niet om het uiterlijk weer te geven, maar het innerlijk. Kunstenaars bepalen dus de werkelijkheid der dingen, zoals zij dat beleven.  Aristoteles’ leermeester Plato had daar echter een andere opvatting over. Hij vond ambachtslieden die gebruiksvoorwerpen maakten veel nuttiger, zij hadden immers de vormen bedacht en kunstenaars deden niets anders dan de voorwerpen namaken. De inspiratie en het creatieve proces begint dus bij het ambacht. Plato raadde de mensen in zijn tijd ook af om naar toneelstukken en tekeningen te kijken. Dat zou de geest lui maken. Intuïtie en inspiratie zouden zich daardoor niet kunnen ontwikkelen.
Tegenwoordig wordt daar anders over gedacht. Vaak is een kunstenaar een bedenker, een vormgever, een ambachtsman en een uitvoerder tegelijk. Alhoewel ook regelmatig blijkt dat kunstenaars ideeën en vormen ‘lenen’ van andere kunstenaars. Dat gebeurt niet altijd opzettelijk, maar dat hoort dan bij de periode waarin de kunst zich verder ontwikkelt. Kijk maar naar het werk van impressionisten en kubisten. Technisch weliswaar zeer verschillend, maar qua zeggingskracht hadden ze in de tijd goed op elkaar gelet.

Als we de gedachte van Aristoteles volgen heeft de kunst wel degelijk zin; een kunstenaar wil iets uitdrukken wat niet in woorden te vatten is, hij wil iets zeggen over wat hem bezielt maar is niet in staat woorden te vinden om deze gevoelens naar buiten te brengen. Wel lukt het de kunstenaar om zijn emoties uit te drukken met kleuren, vormen en composities of door middel van muziek, toneel of poëzie. Een gevoel van verdriet drukt hij bijvoorbeeld uit met donkere kleuren, stille vormen en eenvoudige composities. De muziek klinkt dan traag en vaak in mineur, de toneelspelers kunnen zich heftig uiten en de dichter schrijft melancholisch.

Mooi bestaat niet in de kunst.  Kunst is een taal, een uitingsvorm op zichzelf en kan dus niet mooi of lelijk zijn. Wat heb je als kunstenaar waargenomen en gevoeld en hoe breng je dat naar buiten, daar gaat het om. Kunst die bij voorbaat mooi moet zijn is gedoemd te mislukken.

Afspraken over en beloningen voor kunst kunnen het creatieve proces van de maker beïnvloeden. Ook wanneer men weet dat een kunstwerk wordt beoordeeld door anderen kan dit een negatief effect hebben op de kwaliteit en zeggingskracht van het werk. Wanneer de kunstenaar een beloning van zijn werk nastreeft, is daar niets mis mee: Hij beoefent het ambacht van kunstenaar, maakt duidelijke afspraken, gebruikt zijn kennis over technieken en levert het werk af, kortom hij is een ambachtsman die de kost verdient.

Via de kunsten kunnen mensen op subtiel niveau over allerlei zaken met elkaar van gedachte wisselen. En alleen al dat feit is een schoonheid op zichzelf, die de mens rijker kan maken.

Kunst is een schone zaak.”

Maar de meest oorspronkelijk impuls voor een kunstwerk is de eerste inspiratie of het idee uit het hart of het hoofd. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de componist, die zijn werk noteert om later al dan niet door anderen te worden uitgevoerd. De componist heeft het werk al ‘gehoord’; anderen mogen het ten gehore brengen. Dan is er nog de componist die zijn muziek hoort en tegelijkertijd uitvoert, zoals de jazzpianist die in het moment improviseert op een thema. Of de toneelspeler die improviseert op een onderwerp dat hem is aangereikt. Zo zijn er ook kunstschilders die ter plaatse zich laten inspireren bij het horen van een muziekstuk. Allemaal pure kunstenaars, die over het algemeen veel bewondering oogsten.